'Mijn kledingkast'

geschreven door: Hannie Vierling

 

Dit onderwerp ligt nogal gevoelig voor mij en ik heb dan ook de neiging er met een grote boog omheen te lopen. Laat staan dat ik de moed heb om mij daar eens in te verdiepen.  Maar het gaat nu toch echt gebeuren, sterker nog, ik ga mezelf goed op de vingers tikken. Het moet maar eens afgelopen zijn. Er moet een drastische ommekeer komen in de verhouding en de omgang met mijn garderobe. Ook alle  zelfgemaakte excuses dienen te verdwijnen.

Open die schuifdeuren en kijk, kijk goed! Wat ik dan zie is een tjok, tjokvolle kledingkast met roeden die zich diep buigen onder de zware last die ze moeten torsen. Alle kleuren van de regenboog vermengen zich schots en scheef als een chaotisch schouwspel. Ze laten lange en korte mouwen, dikke en dunne stoffen,bonte en effen stukken zien. Als ik even heel eerlijk ben: het is een ware troep! Wat nog het ergste is en waarbij het schaamrood mij naar mijn wangen stijgt, is dat ik al deze kleding praktisch niet draag, het blijft daar maar hangen tot het een ons weegt. Maar ‘mijn kleding’ zal er echt geen grammetje minder van gaan wegen! Het blijft wat het is, jaar in jaar uit, het komt niet aan en valt niet af, verblikt of verbloost niet, het is wat je noemt: ‘kleur vast’. Nou ja, kleurvast? Met het verloop der jaren, hangend in mijn kast, kan er op de schouderpartij wel eens een geelbruine streep ontstaan. Daar geven we voor het gemak maar gauw de klerenhanger de schuld van. Dat is dan de hangplek van mijn kleding. Soms, héél soms komt zo’n kledingstuk met beurse plek in de zak terecht, wel te verstaan in de zak van Max of in de zak van Polen. Daar houd ik dan een héél tevreden gevoel aan over, Zo van: ,,nou geweldig gedaan, hoor”! Daar kan een of andere arme sloeber nog veel plezier aan beleven.  En wat ruimt dat op in mijn kast! Dat was een uitstekende actie van mezelf. Kortom, als ik goed kijk en mijn zintuigen gebruik, kom ik tot de conclusie dat sommige stukken ook niet al te fris meer ruiken. Als ik mijn neus er in steek, dan is het niet de geur van appelbloesem of lavendel, wat ik met mijn ogen dicht en vol verwachting opsnuif, maar helaas prikkelt een muffig luchtje daarbij mijn neusvleugels. Kortom, mijn kledingkast is een klerenzooitje.

Op dit moment is het mijn zomer collectie die mijn kast doet uitpuilen. Het is al september, herfst en ik moet opschieten als ik er verbetering in aan wil brengen en dat wil ik , want over enkele weken dient de winter garderobe zich al aan. Die gaat dan weer van liggen, lekker dicht bij elkaar, naar de positie van hangen, ook weer lekker dicht bij elkaar. Alleen deze laatste staat van zijn, heeft een wat minder rustig bestaan: ze wordt regelmatig ruw opzij geschoven en vliegt dan als botsautootjes tegen elkaar aan, een zeer pijnlijk en verwoestend proces. Af en toe glijdt er een kledingstuk van zijn toebedachte hanger af en komt dan met een plof tussen een berg schoenen terecht, ook geen pretje want het ruikt daar niet al te fris. Het gebeurt zelfs wel, dat deze afglijder niet eens wordt opgemerkt en dan ligt zo’n arm kledingstuk soms weken tussen de schoenenberg. Hoe het dan voor de dag komt laat zich raden. Tot overmaat van ramp krijgt het verfomfaaide kledingstuk nog een afkeurende blik en opgetrokken neus met de opmerking: ,,Wat zie jij er uit, ik weet echt niet wat ik met je moet beginnen”! Om vervolgens met een boze blik in de wasmand geworpen te worden, waar de luchtvervuiling nog een graadje erger is.

Maar nu moeten we toch eerst het roer omgooien en met de opbouw beginnen. Het gemopper van en over de diverse kledingstukken en situaties is wel duidelijk geworden. Het wordt de hoogste tijd voor verbetering.

Hoe ga ik deze klus aanpakken? Wat is het doel waarnaar ik streef, wat zijn mijn prioriteiten? Het is mij wel duidelijk, die prioriteit is tweeledig.

Ten eerste moet mijn kleding netter en ordelijker en ten tweede uitgedund in mijn kledingkast worden opgehangen.

Dat laatste punt is echt een heet hangijzer: het laten verdwijnen van mijn kleding in de zak van Max of in de zak van Polen gaat mij niet gemakkelijk af. Daar heb ik dan ook een heel aantal excuses voor verzameld waarbij het woord ’Zonde’ een hoofdrol speelt: het stond me zo mooi, het is toch zo’n goede kwaliteit, het was zo duur en het kwam uit zo’n speciale zaak. Ja, logisch, daarom verslijt je het van z’n levensdagen niet en behoort het zo langzamer- hand tot de mode uit het jaar nul. Maar we hebben er nog een paar: ,,Dit is nog zeer geschikt voor een vuil klusje, of: dit is nog wel een goeie tuinbroek en voor in huis als er niemand op bezoek komt kan dit ook nog best. Vervolgens zet het antieke kledingstuk zijn bestaan voort, van de kast met schuifdeuren naar de kist van tante Net, waar gelukkig héél veel in past. Dit alles naar gelang het seizoen winter /zomer. Zo behouden mijn antieke kledingstukken hun verworven ruimte van kast naar kist en vice versa.

Dat nette en ordelijke zie ik best zitten. Dat heeft wel iets moois, daar droom ik graag over. Zo heb ik het idee om alles op kleur te hangen, dat staat zo keurig en zo deden we het ook in de damesmode zaken waar ik verschillende jaren werkte. Een ander goed plan is: alles wat één keer gedragen is, wordt binnenste buiten eerst gelucht, daarna op de juiste plaats terug gehangen, ‘super toch’! Dit voorkomt dat er ‘tig’ half vuile kledingstukken in de kast hangen en ikzelf niet meer weet welke er gedragen zijn. Hierbij is het ook praktisch om te melden dat mijn beschikbare ruimte zeer minimaal is en mijn slaapkamertje geen stoel of tafeltje kan bevatten. Dus over een stoel hangen of op een tafel neerleggen is er niet bij. Het moet meteen de kast in, dat maakt netheid dubbel noodzakelijk.

Ook heb ik niet echt een deur in mijn slaapvertrek die je dicht zou kunnen doen om je ogen te kunnen sluiten en ’de boel de boel’ te laten. Aan deze obstakels ben ik na bijna vijftien jaar wel gewend. Het verhoogt wel het excuus om een puinhoopkast te creëren.           

Maar nu, nu komt het! 

Nu komt datgene aan bod, waar ik werkelijk van verkleur en waar zowel mijn handpalmen als mijn oksels vochtig bij worden en mijn ogen van gaan knipperen.

Mijn grote zwakte, slechte gewoonte, handicap zou je het zelfs kunnen noemen:

,,Ons bien zuunig”! Terwijl ik zo’n vreselijke hekel aan dat woord ‘zuinig’ heb, moet ik, als ik eerlijk ben, toch echt deze zegel op mijn eigen voorhoofd plakken. Zo, dat staat er, deze bekentenis is geschied. Ik vind het nl. steeds ‘zonde’ van mijn ’goeie goed’ om het aan te trekken. Het is werkelijk absurd, maar steeds weer vind ik smoesjes zoals: ,,nee dat moet schoon blijven, stel je voor, dat er een vlek op komt en hoe krijg ik die vlek er dan weer uit?” Of ,,neeee, vandaag doe ik niets bijzonders, ik ga nergens naar toe, ik krijg geen bezoek, het is te koud, het regent of er komt een hittegolf ”. Je kunt het zo gek niet verzinnen of ik heb wel een smoesje bedacht om niet mijn leuke, nette of mooie kleding aan te trekken. Met het gevolg dat ik mijn oude en uiterst comfortabel zittende kloffie weer aantrek, en mijn leuke, gezellige en vrolijke kleding voor de zoveelste keer bedroefd en teleurgesteld laat hangen.

Nu is het zomer, nazomer wel te verstaan en door de zon gestimuleerd sta ik voor mijn kledingkast en open de schuifdeuren met een ongekende flair. Het is zondag, de zon schijnt en het is duidelijk, ik wil wat: ’ik wil me mooi en fleurig aankleden’, ook al is daar geen enkele andere reden voor, dan dat ik er vrolijk en netjes uit wil zien! Mijn kledingstukken weten niet hoe ze het hebben. Om de beurt worden ze ter hand genomen, bekeken en bewonderd, zo van ,,wat een mooie kleur, leuk model, zachte stof ” en ga zo maar door. Zeer voldaan kijk ik naar mijn zomer garderobe.  

,,Maar waarom? Waarom draag ik al die mooie, leuke en kleurrijke kleren niet?”

Daar weet ik werkelijk geen passend antwoord op te geven. Het enige wat een klein stemmetje in mij uit kan brengen is: ,,Dit moet veranderen”! 

Twee weken later.

Nu we inmiddels twee weken verder zijn en mijn goede voornemen om mezelf na die bewuste zondagmorgen, beter en leuker te kleden, houdt dit nog steeds stand:  bravo!

Mijn blouses, broeken, truitjes en vesten weten werkelijk niet hoe ze het hebben, ze worden er heel vrolijk van. Iedere morgen als ik de schuifdeur open, zie ik ze vol verwachting kijken: ,,Pakt ze mij, heb ik vandaag de eer om gedragen te worden? ” De kanshebbers hoor je als het ware bluffen, zo van: ,, Ik weet zeker dat ze mij pakt, mijn bruine kleur staat haar zo goed en ik ben lang niet zo besmettelijk als jij daar, met je lichtblauwe mouwtjes”.

Ook al is mijn kleding nog niet echt geordend, wij, mijn kleding en ik, hebben wel allen het zelfde doel: nog even profiteren van het mooie weer van de september maand.

Ik doe overigens wel enkele merkwaardige ontdekkingen. Ik moet zeggen, het voelt goed, jezelf wat netter kleden, maaaar…. het kost wel tijd en moeite!

Want in plaatst van de broek en trui van de vorige dag vlug aan te schieten, is het nu meer ,,hoe ga ik mij vandaag kleden, welk ’setje’ trek ik aan”. Alleen al het woord ’setje’ klinkt  héél verzorgd. Maar is het wel waar? Je bent er nl. niet klaar mee een nette broek uit je kast te pakken, nee, er moet ook een in kleur passend topje, truitje of vestje bij.  En dan ben je er nog niet, want dan merk je ineens dat de gebruikte sokken van de vorige dag er absoluut niet bij passen. Dus duik je enigszins geďrriteerd de kousenlade in, om er een bijpassend paartje  bij te zoeken. Dan zwijgen we nog maar even over het onderwerp schoenen.

Het is heus nog niet zo eenvoudig om je kistkleding of hangkleding naar draagkleding te promoveren. Zo’n ’setje’ is echt niet zo simpel als het op het eerste gezicht lijkt. En dan hebben we het nog niet eens gehad over de bezigheden van die dag en het weer, de temperatuur, regen, storm of zonneschijn, al deze factoren spelen een rol in het samenstellen van ‘het setje’ van de dag!

Ik begin nu toch wat beter te begrijpen, hoe het zover heeft kunnen komen.

Het heeft wel iets heel relaxed! Het ’s morgens snel aanschieten van zo’n  universele spijkerbroek, kleurloos en een maatje te ruim geworden omdat hij zo vaak in de machine gewassen is, waardoor al de rekkracht van de elastine  verdwenen is, zodat hij een beetje is gaan slobberen (maar o zo lekker zit!) met een dito trui die ook zo lekker ruim om je lichaam valt.

Ik moet toegeven vanuit het ’gemak’ gezien heeft het zomaar iets aantrekken zeker wel wat ’aantrekkelijks’.

Over aantrekkelijk gesproken: ik hou nu toch heus vol dat een leuk, vlot ’setje’ pas echt AANTREKKELIJK” is.

Hannie Vierling